Leidinggeven in de kerk: een hondenbaan?

Door Theo Hettema

Theo Hettema kijkt uit het raam naar de mensen die hun hond uitlaten. Van die mensen en hun honden komt hij op het onderwerp van leiderschap in de kerk. De Martin Gaus van de Nederlandse kerk denkt hardop daarover na en biedt iets aan.

Wil je de mens leren kennen? Dan nodig ik je uit om op een zonnige middag – het is nog wat guur maar als je wandelt en een jas aantrekt merk je er niets van – bij mij in de studeerkamer voor het raam te komen zitten.
Vanuit het raam op de eerste verdieping kijk je uit op een slootje met daarvoor een paadje: ‘het hondenpaadje’, of volgens het bestemmingsplan de ‘hondenuitlaatstrook’ van de Haagse wijk waar ik woon.
Hier kunnen mensen hun hond uitlaten en hun hond zonder riem los laten lopen, wanneer ze de hondenpoep maar weer opruimen.
Het eerste gebeurt wat meer dan het laatste, maar daar wil ik het nu niet over hebben.
Ik wil het wel hebben over het fenomeen hondenuitlater.

Hondenuitlaters
‘Hondenbezitter’ wilde ik eerst schrijven. Maar daar begint het probleem al.
Want als ik kijk naar de honden die aan hun band rukken, is het regelmatig de vraag wie wie bezit.

Soms is het duidelijk de hond die de baas is, en doet het menselijke baasje alleen nog voor de schijn enige moeite om er iets van te maken.
Wanneer de hond enthousiast een kant op trekt, doet het baasje alsof hij ineens bedenkt dat hij die kant ook wel op wil. En dan zie je hond met een struikelend-hollende baas erachter aan ineens uit het zicht verdwijnen.

Er zijn ook de honden en baasjes voor wie het eigenlijk allemaal niet meer hoeft.
Meestal zijn ze beiden oud en versleten.
Ze sjokken hun rondje, omdat dat nou eenmaal moet.
Maar ze hebben onderling een pact gesloten dat ze het elkaar zo min mogelijk lastig maken.
Dan kunnen ze allebei weer zo snel mogelijk naar huis, lekker warm op de bank of in de mand.

Er zijn ook heel wat hondenuitlaters van het zorgende type.
Zij lopen vaak met meerdere honden en die trekken ongeordend aan hun riemen, alle kanten op.
Aan de dekentjes lees je af dat iedere hond een verhaal heeft.
De een is overgenomen van een zieke vriendin, de ander wordt uitgelaten voor de buurvrouw die het niet meer kan. Weer een ander is zo ziekelijk dat de wachtkamer van de dierenarts nog meer belopen wordt dan het hondenpaadje.
Het zorgen groeit deze baasjes duidelijk boven het hoofd.
Deze baasjes kunnen het niet over hun hart krijgen om nee te zeggen wanneer er weer een afgedankte hond hun liefde nodig heeft.
Met hun overstelpende en onbegrensde liefde denken ze te doen wat goed is, maar ze kunnen het feitelijk niet meer aan.

Dan heb je ook regelmatig baasjes en honden die het goed hebben met elkaar.
De hond aanvaardt zijn baasje en het baasje aanvaardt zijn of haar hond.
Je kunt deze soort herkennen omdat de hond vaak losloopt. Dat gaat goed.
Ze lopen vaak dezelfde dagelijkse rondjes.
Maar ook bij een kleine afwijking of een korte stop voor een praatje is de hond er met een paar keer roepen bij te houden.
En als de hond even wat tijd nodig heeft om aan een uiterst interessant struikje te snuffelen en daar een geurvlag achter te laten, is dat ook geen probleem.

Leidinggeven in de kerk
Alle kans dat de lezer die de overpeinzing van deze blog leest een functie in de kerk vervult.
Dan wil ik je uitnodigen om de bovenstaande tekst nog eens te lezen met de bril op van een professional in de kerk.
Er zijn allerlei redenen te bedenken waarom je de relatie tussen pastor/predikant/kerkelijk werker en gemeenteleden of parochianen niet moet beschouwen in termen van baasjes en hun honden.
Maar het is misschien toch ook wel aardig om na te denken over de vraag in welke van de soorten hondenbaasjes en hondenuitlaters jij je herkent.
Misschien moet ik er dan nog de kerkelijke professional aan toevoegen die als een kapelaan Odekerke zichzelf beschouwt als herdershond van de kudde. (De jongere lezers moeten hiervoor maar even googelen.)
Voor beide polen van de vergelijking, hondenuitlaters en kerkelijke professionals, geldt dat het leidinggeven zo mooi kan zijn, maar dat het ook vaak zo slecht uitpakt.

Wanneer gaat het goed? Wanneer pastors en gemeenteleden samen op lopen, elkaar bij de les houden maar ook in wederzijdse vrijheid het pad van het kerkelijk leven bewandelen.
Is dat een kwestie van geluk hebben met een fijne, en zelfs meegaande, gemeente? Of met omstandigheden waardoor het allemaal meezit?
Voor een deel wel.
Maar voor een heel groot deel ligt het aan degene die leidinggeeft of een aandeel heeft in het leidinggeven.

Waarderend leidinggeven
Ik weet dat er een alternatief is voor worden meegesleurd in het leidinggeven, voor het maskeren van je eigen gebrek of het verkeerd inzetten van je talenten.
Dat alternatief heb ik me gaandeweg eigen gemaakt.
Daarna herkende ik het in de werkwijze van Waarderende Gemeenteopbouw en daarmee heb ik mijn ervaringen verdiept.

In 2021 hebben Nico Belo en ik (beiden overigens niet in het bezit van een hond) onze ervaringen omgezet in een training Waarderend leidinggeven voor predikanten en kerkelijk werkers.
In de drie dagen van die training leer je waarderend kijken naar je eigen leiderschapspositie en naar de krachten van de groep waarin je een leidinggevende rol hebt.
We hebben de afgelopen tijd de training nog iets verdiept en er wat extra nascholingspunten aan toegevoegd.

Nu gaan we hem met z’n tweeën nog één keer geven, op drie donderdagen in maart, april en mei, op de best bereikbare plek van Nederland.
Het is voor het laatst dat we dat in deze combinatie doen. Dus ik zou zeggen: grijp je kans.
Meer informatie kun je vinden op https://www.met-andere-ogen.nl/waarderend-aanbod/ Opgeven kan t/m 6 maart 2023.

Lukt het je niet om hieraan mee te doen, denk dan eens na of je met een aantal collega’s een halfbegeleide groep intervisie op kunt zetten.
Dat kan ook een fijne manier zijn om actief in je leidinggevende rol te gaan staan.
En anders: tot ziens op het hondenpaadje!

Wie luistert, denkt niet na!

Door Nico Belo

 

Dat is nogal een uitspraak. In een blog van het Netwerk Waarderend faciliteren trof ik deze prikkelende stelling aan. Wat als deze stelling waar is? Wat betekent dat voor al die serieuze monologen in het kerkenwerk? Daar gaan we met al onze preken…

Wie luistert, denkt minder na dan wie zelf onderzoekend in gesprek is. Dat wil Wie luistert, denk niet na! ons duidelijk maken. Want wie herkent het niet: je volgt een workshop. De workshopleider houdt een (te) lange inleiding. Het resultaat daarvan is, dat er veel te weinig tijd is om echt samen in gesprek en aan het werk te gaan. De workshop wordt een luister-shop. Veel van wat door de workshopleider verteld wordt, vergeten we. Maar juist die ene vraag of die ene opmerking van een deelnemer blijft hangen en stimuleert tot nadenken.

Wanneer je als spreker in een workshop of bij een instructie-bijeenkomst veel te vertellen hebt, maak je onbewust jouw luisteraars tot consumenten van je woorden. Het wordt voor de deelnemers leerzamer, wanneer ze uitgedaagd worden tot het ontwikkelen van nieuwe gedachten. Van consument word je dan producent!

Nu ik dit schrijf, herinner me de waarschuwing van Jan Hendriks (gemeentopbouw-docent VU) destijds: ‘Maak van je gemeenteleden geen adressanten (consumenten), maar participanten (producenten)’. Ik moet ook denken aan de joodse manier van leren. Dat leren is dialogisch: de leerling stelt een vraag aan de rabbijn. Zelden geeft een rabbijn rechtstreeks antwoord. Bijna altijd wordt er een tegenvraag gesteld, die de leerling uitdaagt tot verder denken en het stellen van een vervolgvraag.

Ik wist dat niet, maar ik begreep dat het publiek in een theater door een closure uitgedaagd wordt tot nadenken. In een toneelspel maken acteurs een bepaalde conclusie niet helemaal af of een zin wordt niet helemaal uitgesproken of een verhaal eindigt met een open eind. Als toeschouwer word je uitgedaagd je eigen conclusie te trekken. Het is effect is dat je dit minder snel vergeet.

Prikkelen tot nadenken over de kerk van de toekomst – dat wil Met Andere Ogen graag doen. Wie Met Andere Ogen erbij roept, krijgt geen kant-en-klare oplossingen. Inderdaad: we stellen vragen, zetten mensen in groepjes bij elkaar en dagen hen uit hun verbeelding – met het oog op de toekomst – uit te spreken of creatief te verwerken. Die onderlinge ontmoeting, dat even in stilte nadenken, je gedachten uitwisselen en elkaar bevragen – dat maakt dat je samen iets ontwikkelt voor de kerk van de toekomst.

En wat is dat waardevol: de ervaring dat je jouw bijdrage mag geven, dat jouw inbreng ertoe doet, dat iedere stem telt. Ook de stem van buiten de gemeente? Om met andere ogen te kijken en met andere oren te horen, is een leerproces. Wij willen daarbij graag helpen. Doe gerust een beroep ons ons: zie het aanbod dat u op de website vindt.

Aanbod voor kerken

Aanbod voor predikanten en kerkelijk werkers

De kracht van Advent

Door Liesbeth Nooteboom

 

Elk jaar weer overvalt het me als ik in september het tuincentrum binnen stap en daar een vol opgetuigde kerstafdeling aantref.
Kerstbomen te kust en te keur, echte- en kunstkerstbomen. In allerlei kleuren groen en allerlei verschillende maten.
Kerstbomen compleet opgetuigd en de een nog kleurrijker en uitbundiger dan de ander.
Verlichting in allerlei soorten en maten. Voor in de boom of aan huis.
Schappen vol met kerstballen en andere ornamenten om de kerstboom en je huis mee te versieren.
Kunstig ingerichte winterlandschappen met mini-huisjes, schaatsbanen en skipistes met heel veel verschillende muziekjes.
Alles voor feestelijk gedekte kersttafel.
Kortom: een bombardement aan lichtjes, glitters en muziekjes terwijl buiten de nazomer nog volop bezig is.

Naast dat Kerst bij het tuincentrum veel te vroeg begint, voel ik ook altijd iets van schaamte wanneer ik al die luxe uitbundigheid zie en de sfeer proef die opgeroepen wordt.
De schaamte die ik voel, is de schaamte tegenover al die mensen die niet het geld hebben om met de laatste kerstbomenmode mee te doen. Mensen die niet het geld hebben om carpaccio als voorgerecht te serveren.

En ergens voel ik ook schaamte naar God toe. Schaamte over de toenemende commercie rondom kerst. Schaamte dat het ons, mij, niet lukt om handen en voeten te geven aan het engelenlied: ‘Vrede op aarde en in mensen een welbehagen.’ Dat het ons niet lukt om welvaart eerlijker te verdelen zodat ieder mens geld heeft om af en toe eens luxe te doen. Tegelijk zet het me ook aan het denken wat kan ik doen om bij te dragen aan een rechtvaardiger wereld?

In september denk ik dan ook altijd bij mezelf: ik ga niets in huis doen met Kerst……. Maar dan wordt het Advent. Aan Advent wil ik wel meedoen. Die tijd van verwachten en toeleven naar Kerst. Je huis klaarmaken voor een feest.
Het thema van de liturgische Adventsschikking van de Protestantse kerk van dit jaar is hetzelfde als het jaarthema van de Protestantse kerk: Aan tafel. Elkaar ontmoeten rond de maaltijd. In de ander, de Ander ontmoeten. Want Christus IS gekomen.

Voor de Adventsperiode maak ik thuis een adventsschikking waarbij ik me laat inspireren door de ideeën uit de brochure symbolisch bloemschikken. De schikking vertelt het verhaal van Batseba, Ruth, Rachab en Tamar. Vrouwen die genoemd worden in het geslachtsregister van Jezus. Vrouwen die geen gemakkelijk leven hadden. Hun verhalen herinneren mij ook aan mannen, vrouwen en kinderen in de wereld van vandaag die het niet makkelijk hebben. Ik bid voor hen wanneer ik zondag na zondag steeds een kaars meer aansteek. Het licht van de kaarsen herinnert mij aan de hoop en de zekerheid dat God deze wereld ziet en vasthoudt. Het licht dat steeds sterker wordt herinnert mij aan de verantwoordelijkheid die wij hebben voor de gehele Schepping, mens, dier en natuur, totdat de uitnodiging om aan tafel te gaan definitief klinkt: ‘Komt, want alle dingen zijn gereed’.

Gezegende Kerstdagen gewenst.

Liesbeth Nooteboom

Joost gaat niet naar de kerk…

Door Bernhard Vosselman

 

Joost is een joviale midden-veertiger met een ‘puber-gezin’. Een 40-urige werkweek houdt hem bezig. Hij heeft het goed naar zijn zin met zijn collega’s met wie hij zo af en toe ook een weekend in de Ardennen gaat mountainbiken. Naast zijn werk is hij vrijwilliger bij de voetbalvereniging en heeft hij zo zijn sociale contacten.

Joost is niet de typische kerkganger die elke zondag de diensten bezoekt en zichzelf breeduit laat ontmoeten bij de koffie nadien. Joost is geen prater. Dus verwacht hem niet op bijbelstudiekringen. Hij kan zich wel verwonderen over de ‘wonderen van het leven’. Voor een intense aanbiddingsdienst hoef je Joost niet wakker te maken (laat staan ‘een koor’) en ook voor een grondige bijbelstudie over de Efezebrief komt hij zijn bed niet uit.

Als je Joost vraagt of hij gelooft of niet, dan zegt hij steevast: “Ik weet het gewoon niet.” Dat is voor hem geen dooddoener, nee, hij meent dat echt. Als je Joost zou vragen of de kerk een plek heeft in zijn leven, verwijst hij naar vroeger, toen hij met zijn ouders regelmatig naar de kerk ging (regelmatig in de zin van elke week, niet eens per jaar). Ze hebben Joost wel eens gevraagd of hij wil helpen bij ‘de diaconie’. Nadat hij eerst gegoogeld had wat dat precies is, heeft hij bedankt voor de eer. Met Kerst is Joost wel in de kerk te vinden, dan zoekt hij met zijn gezin een mooie dienst uit. Samen gaan ze naar de kerk en verder die kerstdag staat, zoals in zoveel huizen, lekker eten en gezellig samenzijn op het menu.

De hamvraag is: “En nu?” Misschien heb je de neiging om te zeggen: “En nu? Nou, niks.” Ieder z’n eigen weg, het is wat het is. Maar misschien denk je ook: wat jammer dat de kerk er niet in slaagt om zich te verbinden met mensen als Joost. Misschien zou de kerk wat creatiever kunnen zijn in het aanbod van programma’s. Misschien kan de kerk wat beter uitleggen wat ‘diaconie’ inhoudt. Als alles duidelijker is, en wat meer behapbaarder misschien (geen 4 maar 2 jaar ambtsdrager…), komt Joost misschien wel over de brug. Vaak gaan gemeenten door op de bekende weg: volhouden, hard werken, schouders eronder, vroeg of laat lukt het wel.  Met andere woorden: hoe kunnen we Joost een plekje geven in onze kerk?

Joost is een prima man om mee te praten. Maar ‘de kerk’ zoals we die vandaag nog vaak inrichten, past niet bij Joost. ‘Kerk’ is voor Joost iets heel anders dan de organisatie die wij kennen (en die ons zo vertrouwd is…). Is dat verkeerd? Of mag dat? Misschien stelt Joost wel cruciale vragen aan ‘de kerk’. De kerk is (lijkt?) weinig van betekenis voor Joost, maar misschien kan Joost wel van betekenis zijn voor de kerk! Met andere woorden: hoe kan ‘de kerk’ een plekje krijgen bij Joost.

Een uitdagende vraag: wie past zich aan aan wie? En aan wie is het initiatief om ‘over de brug te komen’, de eerste stap te zetten? Wat is ervoor nodig om goed te kunnen luisteren naar de vraag van Joost aan ‘de kerk’? Dat zijn de kernvragen. Naar mijn idee is het aan ‘de kerk’ om ‘naar buiten te gaan’. Als jullie dat beamen, hoe kunnen we ons daarop voorbereiden? Wat hebben we los te laten, te leren, te ontdekken en, niet in de laatste plaats, wat is onze bron en motivatie om dat daadwerkelijk te doen en dat vol te houden.

Herken je bovenstaand spanningsveld? Speelt het in jullie gemeente, of juist meer bij jezelf als professional in de kerk? Als team van MET ANDERE OGEN bezinnen we ons op dit onderwerp. Met literatuur en voorbeelden uit de praktijk graven we naar verdiepende inzichten (uiteraard op de waarderende manier van bloeifactoren 😊). We zijn ook praktisch bezig om nieuwe en/of effectieve werkvormen te ontwikkelen die geloofsgemeenschappen kunnen helpen (en uitdagen) om zich te verbinden met Joost, en de stap naar buiten te zetten.

Neem vooral contact op wanneer je de vragen herkent die ik noem of wanneer het onderwerp van ‘kerk naar buiten' bij jou of in je geloofsgemeenschap leeft. We denken graag me je mee en helpen je graag verder.

Rondje om de kerk

Door Els Deenen

 

Afgelopen zomer fietsten we een deel van de Elbe-Radweg,
een lange afstandsfietsroute vanaf de oorsprong van de Elbe in het Reuzengebergte
tot waar de rivier uiteindelijk boven Hamburg uitmondt in de Noordzee.
We fietsten door dat deel van de voormalige DDR,
waar de Elbe gedurende de scheiding van Oost- en West-Duitsland de grens vormde.
Een breed en groen rivierdal, grasland, maïs- en graanvelden,
reigers en ooievaars, rust en ruimte,
maar ook sporen van deze pijnlijke episode in de geschiedenis van deze streek:
stukjes ijzeren gordijn, oude wachttorens,
herinneringsborden met lokale verhalen over onvrijheid, scheiding en hereniging -
over hoe de pont drie dagen (!) na de val van de muur weer in gebruik werd genomen
waardoor ouders en kinderen die 44 jaar lang gedwongen gescheiden hadden geleefd
elkaar weer in de armen konden sluiten.
Kleine dorpjes, typische rode bakstenen kerkjes,
verspreide boerderijen en opvallend veel Oekraïense vlaggen.

In Klietz puffen we even uit op het dorpsplein
en loop ik een rondje om de kerk.
Een klein Romaans kerkje, ruim 800 jaar oud,
gras en grafzerken eromheen.
Op het pleintje voor de kerk drie grote ‘vredeseiken’,
geplant na de Frans-Duitse oorlogen van 1864, 1866 en 1870.
Daarnaast een gedenksteen voor de slachtoffers van de eerste wereldoorlog.
Binnen de haag een kring van kruisen voor elf van de slachtoffers van dwangarbeid
uit de tweede wereldoorlog die met naam gekend zijn.
Maar de meeste indruk maakt de ruïne van dat deel van de kerk
dat in 1945 bij felle gevechten is verwoest – en bewust nooit meer opgebouwd,
als ‘Mahnmal’, als zichtbare herinnering, aan wat oorlog vermag.
Op de ongecultiveerde grond binnen de ruïne een marmeren gedenksteen
voor de slachtoffers van oorlog, geweld, haat en bedrog,
met op de voorkant een bede uit het Onze Vader:
‘Vergib uns unsere Schuld,
wie wir vergeben unseren Schuldigern.’

Stil maak ik mijn rondje af.
Bij de deur van de kerk staat een eenvoudig, blauw-geel geschilderd kruis,
van Pasen dit jaar
met een aantal kleurige handafdrukken
en in verschillende talen het woord ‘vrede’, shalom.
Thuis, bij het bekijken van de foto’s, valt me op
dat de handafdrukken in het midden een ‘gat’ hebben:
het middelste kuiltje heeft geen afdrukje achtergelaten.

Een klein, eenvoudig kerkje,
middenin het dorp,
een plek waar het om draait,
een plek van verhalen,
en een plek van betekenis:
van wat was, wat is, en waarop we hopen.

Als team van MET ANDERE OGEN
Bezinnen we ons op het thema ‘van buiten naar binnen’,
belangrijk voor vitaal kerk-zijn.
Hoe kunnen kerk en samenleving op elkaar betrokken zijn?
In onze bezinning zoeken we niet zozeer naar goede voorbeelden
- die zijn er inmiddels volop -
maar naar hoe we gemeenten in die beweging ‘van buiten naar binnen’ kunnen krijgen
nieuw perspectief kunnen bieden
door hen te leren kijken ‘met andere ogen’:
niet zozeer naar wat er ìn de kerk gebeurt
maar om de kerk heen
daar waar God aan het werk is
en ons roept
om van betekenis te zijn.

Els Deenen

Ook op zoek naar nieuw perspectief?
Nodig ons eens uit voor een kerkenraadsdag!

 

Onderzoek dat een snaar raakt!

Door Else Roza

 

'Bisschoppen sturen eigen mening naar Vaticaan', zo kopt het Nederlands Dagblad* een artikel over het rapport dat de Nederlandse kerkleiders hebben ingediend. Het rapport moet antwoord geven op de vraag wat 'gewone gelovigen' belangrijk vinden in de kerk van morgen. Uitkomst van een uniek synodaal proces.

Analyseren vanuit nabijheid en mededogen

Niet verwonderlijk dat Paus Franciscus dit proces zelf initieerde: hij is immers Jezuïet en Jezuïeten houden zich al sinds de 16e eeuw bezig met onderscheiden. De paus laat met het proces zien dat het een blijvende taak van de kerk is om samen te onderzoeken hoe je kerk kunt zijn onder de gegeven omstandigheden. En dan niet hard analyserend. Nee, juist in de geest van God zelf: die van nabijheid, mededogen en tedere liefde. Pas dan kunnen wij ontdekken wat de Geest tegen de kerk zegt. Zo is het bedoeld. Prachtig, wat mij betreft.

Onderscheiden wat een snaar raakt

In de praktijk is zo’n proces niet eenvoudig. Het vraagt om een open luisterhouding en goed luisteren naar jezelf en de ander/Ander. In gespreksronden spraken parochianen zich uit. Vervolgens volgde, volgens het Vaticaanse handboek , een proces van onderscheiden dat die punten onderstreept, die
• een snaar raken,
• een origineel gezichtspunt laten zien,
• een nieuwe horizon kunnen openen.
Als ik het artikel moet geloven, is het luisteren de bisschoppen onvoldoende gelukt. Een groot deel van het rapport gaat over hun eigen opvattingen.

Vergelijkbaar met waarderend onderzoek

Het hele proces vind ik super interessant. Waarderende gemeenteopbouw is in de kern een waarderend actieonderzoek. Samen met beleidscommissies onderzoeken we wat een goede koers voor de gemeente kan zijn. Wij van MET ANDERE OGEN bieden daarbij gespreksrondes met werkvormen aan die het luisteren naar de ander (Ander) bevorderen en daarmee hopelijk het waaien van Gods Geest. De gespreksrondes beogen meer verbinding, een koers, vergezichten met daarbij behorende concrete eerste stappen.

 

Zo ook in een gemeente in het westen van Nederland. We hebben de eerste gespreksronde net achter de rug. Wat hebben we gedaan? Na een kerkdienst hebben gemeenteleden met elkaar gesproken over gebeurtenissen die de gemeente vormden. En over hun verlangen voor de toekomst.

Vraag:
Welke thema's vinden gemeenteleden van belang, als het gaat om de toekomst van hun gemeente?

Gevonden antwoord:
Samen groeien, in
• zichtbaarheid
• openheid en ontmoeting en in
• diepgang en diversiteit.

Vervolg

Komende zaterdag onderzoekt deze gemeente in een tweede gespreksronde wat de gemeente al in huis heeft om te groeien in genoemde richtingen en wat er in de toekomst mogelijk is als de gemeente de gevonden kracht sterk gaat inzetten.

Ben benieuwd, ik heb er zin in. Nu maar hopen dat de beleidsgroep en ik, wel in staat zal zijn om recht te doen aan wat gemeenteleden inbrengen.

 

Ook benieuwd hoe een dergelijk proces in jouw gemeente er uit kan zien? Vraag ons naar de mogelijkheden.

 

Bronnen: 

[1] Hendro Munsterman, 'Bisschoppen sturen eigen mening naar Vaticaan', Nederlands Dagblad, 25 augustus 2022.

[2] Erik Borgman, 'Wat de paus wil bereiken met de synode over synodaliteit'. Opinie, Katholiek NIeuwsblad, 15 november 2021

Waarderend consult

Door Theo Hettema

 

In het pakket aan dienstverlening dat Met andere ogen aanbiedt, zitten begeleidingstrajecten van gemeenten, kerkenraadsdagen, intervisie voor predikanten, leiderschapstrainingen, maar ook de mogelijkheid van eenmalig gesprek.
Zelf noem ik dat een ‘waarderend consult’: een eenmalige afspraak waarin iemand een concreet aspect van het gemeenteleven of kerkenwerk voorlegt en we dat bespreken met de stappen van waarderend onderzoek.
En zo gebeurde het mij dat ik werd gevraagd voor een gesprek.

‘Ik wil graag een waarderend consult met jou afspreken,’ mailde een predikant naar mij. ‘Dat kan toch?’
Ik had zelf die mogelijkheid tussen neus en lippen door een keer genoemd bij een bijeenkomst met predikanten.
Dat had ze onthouden en na een tijdje kwam ze daar op terug.
Ze stelde zelf al voor om dat online te doen, ook omdat de afstand groot was.
We waren beiden inmiddels zo gepokt en gemazeld door de coronagolven en het bijbehorende online vergaderen, dat we dat geen probleem vonden.
Het was ook niet de eerste keer dat ik zo’n gesprek zou voeren.
Het was dus alleen een kwestie van een datum prikken.

En toch twijfelde ik even bij het lezen van de e-mail.
In de vertrouwdheid van deze blog mag ik dat toch wel opbiechten?
Ik aarzelde namelijk bij het woord ‘consult’, dat ik nota bene zelf had gebruikt.
Want een ‘consult’: dat vraag je toch bij een dokter?
Of je dat consult krijgt, is dan een tweede, want mijn huisarts is meestal op vakantie of nascholing, of verwijst via zijn assistente naar internet voor het oplossen van de meeste kwaaltjes.
Ik vermoed dat het woord ook niet zoveel meer gebruikt wordt voor een afspraak bij de huisarts. Als ik het opzoek op internet, zie ik vooral dat het gebruikt wordt door medisch specialisten.
En ik geloof dat daar vooral mijn aarzeling lag.
Want bij Met andere ogen noemen we ons wel eens ‘Specialisten Waarderende Gemeenteopbouw’.
En dat zijn we ook!
Maar moest ik me nou gaan opstellen als een soort medisch specialist?
Dan stel ik me iemand voor die in een witte jas achter een bureau zit en bij een half woord van de patiënt en met een blik op de onderzoeksgegevens op het beeldscherm naar de muis en het toetsenbord grijpt om een behandelplan op te stellen.

Moest ik mijzelf in die expertrol hijsen bij het uitvoeren van deze afspraak?
Daar had ik geen zin in.
Niet om zelf de expert te zijn.
Maar vooral ook omdat ik heb gemerkt dat adviezen van experts meestal niet landen als het gaat om gemeenteopbouw of je eigen professionele ontwikkeling.
Dan komt het aan op iets anders.
Gelukkig bedacht ik al snel dat ik had aangeboden om een waarderend consult te geven.
Ik zou niet van buitenaf gaan diagnosticeren wat er allemaal mis was, wat de betrokkenen fout hadden gedaan en wat ik zou voorschrijven ter verbetering.
Nee, ik zou in het gesprek met de predikant met een paar eenvoudige stappen samen gaan onderzoeken wat er in de voorgelegde situatie aan bloeifactoren zit, en wat voor krachtige mogelijkheden zij in huis had om verdiepende transformatie te laten opbloeien.

Op die manier hebben we het gedaan.
En het werd een prachtig gesprek, waarin de predikant allerlei mooie en verrassende dingen ging zien, die ze direct, dezelfde avond nog, kon gaan gebruiken.
Zo werd het een verdiepend consult van ruim een uur tijd.
En dat is toch meer dan je bij een medisch specialist gedaan zult krijgen?

Na afloop schreef ik een factuur voor het gesprek.
Dat hadden we zo van tevoren afgesproken.
Het versterkte de wederzijdsheid en voorkwam verplichte dankbaarheid.
En ik kon me toch nog eventjes specialist voelen, al hanteren die andere bedragen, geloof ik.

Vooruit dromen

Door Nico Belo

Ik schrijf deze blog na Pinksteren 2022. In het Pinksterverhaal horen we Petrus de profeet Joël citeren. Wanneer ‘zonen en dochters profeteren, jongeren visioenen zien en oude mensen droomgezichten krijgen’, is dat een teken dat God zijn Geest uitstort op allerlei mensen. Deze duiding van Petrus van de gebeurtenissen in Jeruzalem bleef haken bij mij.

Ons team wordt regelmatig betrokken bij gemeenten die sterk aan het vergrijzen zijn. De meeste zonen en dochters zijn verdwenen, en de jongeren zijn op de vingers van een hand te tellen. Nadenken over de toekomst roept vaak de angstige vraag op: hoelang zal het nog duren voor de laatste hier het licht uitdoet? Dromen - waarvan? Waar merken we nog iets van die Geest van Pinksteren?
Droomgezichten, visioenen – in processen van waarderende gemeenteopbouw vormen ze belangrijk kapitaal. Zweverig? Ongrijpbaar? Dat valt wel mee. Het verlangen van een gemeente vormt ons eerste uitgangspunt – misschien een wat vage droom, van wat een gemeente graag zou willen. Vervolgens gaan we op zoek naar het goud van de gemeente. Wat heeft de gemeente allemaal in huis om die droom waar te maken?

Wanneer we gezamenlijk op zoek gaan naar dat goud, blijkt het ‘zilver van de gemeente’ (de ‘grijze koppies’) moeite te hebben om dat te benoemen. Daarom beginnen we in een proces van Waarderend onderzoek met het elkaar vertellen van ervaringsverhalen, waarin dat goud oplicht: momenten waarop duidelijk ervaren werd ‘dit was een pareltje van gemeente-zijn’. De verhalen komen los. Hierin ontdekken we welke bloeifactoren die mooie en waardevolle ervaringen mogelijk gemaakt hebben. Ik herinner me een gemeente waarin het goud mogelijk gemaakt werd door ‘een open, gastvrije houding van gemeenteleden naar nieuwelingen, een familiegevoel, een cultuur van altijd elkaar bemoedigen en een bereidheid om samen de Bijbel te lezen.’

Wat helpt: ouderen en jongeren - ook al is het aantal beperkt - met elkaar in contact brengen. Jongeren zijn nieuwsgierig naar de verhalen over het goud van de gemeente. Zij zitten niet vast aan de vormen van vroeger. In de ontmoeting blijken jongeren ouderen uit te dagen hoopvol naar de toekomst te kijken, vooruit te dromen. En gebeurt iets ontwapenends: er groeit een ontvankelijkheid voor dat wat de Geest ons laat zien voor nu en in de toekomst.

 

We hebben het Pinksterfeest gevierd. Is het een idee om elkaar in de gemeente eens uit te dagen met de vraag: vertel eens, waarover droom jij? Hoe ziet jouw toekomst eruit? Hoe ziet de toekomst van de gemeente eruit? Natuurlijk nadat we met elkaar eerst het goud van de gemeente hebben opgezocht, en de bloeifactoren hebben benoemd. En werkelijk: jongeren gaan visioenen zien, oude mensen worden uitgedaagd te dromen over de toekomst! En door de profetische (uitdagende, kritische) vragen van onze jongeren, ontdekken we: de toekomst ligt niet in het verleden – wij hebben nog wat te verwachten! We gebruiken onze achteruitkijkspiegel vooral om gefocust vooruit te komen.

’t Zal duidelijk zijn dat ons team bij zo’n proces van Waarderend Onderzoeken goed kan begeleiden. Doe gerust een beroep op ons!

Nico Belo

 

PS:

Tekeningen gemaakt door Ronald van der Heide op een Dag van de Kerkopbouw, georganiseerd door het Werkverband voor Kerkelijk Opbouwwerk, in Harderwijk, 31 maart 2022 - als resultaat van een proces van dromen!

Hoopvolle toekomst?

Door Liesbeth Nooteboom

 

Het gebeurde onlangs op een kerkenraadsdag in een kleine dorpsgemeente. In het minitraject Waarderende Gemeenteopbouw, dat we deze dag doorliepen, waren we aangeland bij de Verbeeldingsfase. In kleine groepen moesten de deelnemers verbeelden hoe de gemeente er over vijf jaar uit zou zien. Ik liep de groepjes langs om te kijken of ze een beetje op gang konden komen. Eén groepje had grote moeite met de opdracht en was in een patstelling beland.

 

Een van de drie groepsleden was hoopvol gestemd. Zij keek naar de gemeente en zag de kleine lichtpuntjes die er nu waren, zoals iemand die in het afgelopen jaar lid geworden was en zich vervolgens spontaan meldde als ouderling. Dit soort positieve gebeurtenissen gaf haar hoop en vertrouwen voor de toekomst.
Een ander groepslid was juist heel somber over de toekomst. Zij zag de gemeente steeds kleiner en ouder worden met alle gevolgen van dien voor het gemeentewerk. In haar beleving zou er over een paar jaar niets meer van hun gemeente over zijn. Deze overtuiging belemmerde haar om een toekomst te verbeelden.
Het derde groepslid zat hier wat tussenin. Enerzijds deelde ze de sombere toekomstvisie, tegelijkertijd zag ze de lichtpuntjes. Ze wilde zich er wel door laten bemoedigen maar vond dat ook moeilijk, want stel dat het maar een eenmalige gebeurtenis was…….

We spraken even door met elkaar over deze verschillende gezichtspunten én over de bloeifactoren die in de ochtend tijdens de Vertelfase naar boven gekomen waren. De twee deelnemers vonden het moeilijk hoop te putten uit die bloeifactoren – toch gebaseerd op positieve ervaringen uit hun eigen gemeenteleven. Ik heb hen aangemoedigd om te onderzoeken wat ze wél konden dromen voor de gemeente, binnen de hun gegeven mogelijkheden. Uiteindelijk kwamen ze met een heel eenvoudige poster waarop hun Verbeelding was getekend. Ze droomden dat er in de toekomst nog kerkdiensten zouden zijn, dat de gemeente met beide benen in de wereld zou staan en dat gemeenteleden sporen zouden achterlaten. Langs de route waren kleine bloemen getekend als symbool voor de hoopvolle dingen die er onderweg gebeurden.

 

In onze trajecten komen we die verschillende perspectieven vaker tegen. Sommige gemeenteleden zijn somber over de toekomst. Ze kijken naar het verleden en zien de volle kerk, de grote jeugdgroepen, de rommelmarkten en koren en allerlei andere grote activiteiten, het hele bruisende gemeenteleven. Maar wanneer ze nu op zondagmorgen om zich heen kijken, zien ze lege banken, grijze koppies, vijf kinderen die vooraan staan voor het kindermoment, en ze vragen zich af: hoe moet dit verder? Is er nog een toekomst voor deze gemeente of ben ik degene die binnenkort het licht uit moet doen?
Er zijn ook gemeenteleden die zich richten op de mooie dingen die er nu zijn. De (kleine) positieve dingen die er gebeuren. Mensen die hoop hebben voor de gemeente en vastbesloten zijn om te zoeken naar manieren en nieuwe wegen om de toekomst in te gaan.

In een Waarderend proces is het belangrijk om erkenning en ruimte te geven aan verdriet en pijn over dat wat er niet meer is en waarschijnlijk ook niet meer terugkomt. Maar achter de pijn en het verdriet gaat een verlangen schuil. De kunst is om contact te maken met dat verlangen en van daaruit – met inzet van de bloeifactoren - te werken aan de toekomst. Positieve ervaringen uit het verleden (de bloeifactoren) worden ingezet om dat verlangen te verwezenlijken. Toekomstdromen zijn geen onhaalbare luchtkastelen, omdat ze gebaseerd zijn op de mogelijkheden die ter plaatse voorhanden zijn. Het is te doen: die kleine gemeenschap die de lofzang gaande houdt, en bloeiende sporen achterlaat op haar pad. Dat geeft hoop voor de toekomst!

In het boek ‘De Schuilplaats’, over het leven van Corrie ten Boom, kwam ik deze doordenker van haar tegen: ‘Elke ervaring die God ons geeft, ieder mens die Hij in ons leven brengt, is de juiste voorbereiding voor de toekomst’. Dat kan ik alleen maar beamen. Vanuit die ervaring trek ik op met gemeenten, een hoopvolle toekomst tegemoet!

Liesbeth Nooteboom

 

Een minitraject Waarderende Gemeenteopbouw wordt vaak ingezet op een kerkenraadsdag of -avond en kan er als volgt uitzien. In overleg met de gemeentebegeleider kiest de voorbereidingsgroep een thema. Aan de hand van dit thema gaan de deelnemers aan de slag met het vertellen en analyseren van goede voorbeelden bij dit thema, de Vertelfase. Daarna gaat de groep creatief aan de slag met verbeelden hoe de toekomst eruitziet als je de opbrengst uit de Vertelfase maximaal kan inzetten, de Verbeeldingsfase. De verbeeldingen worden aan elkaar gepresenteerd en samen bedenken we wat eerste stappen kunnen zijn richting het realiseren van de toekomst, een stukje Vernieuwingsfase. Meer informatie over een kerkenraadsdag vindt u op onze website.

Gaan voor het goede!

Door Bernhard Vosselman

 

“Tja, ons verlangen voor het pastoraat? Goeie vraag….”. Zich even terugtrekkend in gedachten broedt de predikant op een antwoord. “Weet je,” vervolgt hij, “die vraag hebben we eigenlijk nooit aan elkaar gesteld als predikanten...” Even is het stil in de ‘regiegroep’. Inmiddels ligt er een gezamenlijk geformuleerd verlangen samengesteld met een groep van 60 mensen.

“Kunt u misschien niet volgende woensdag in plaats van donderdag? Dan hebben wij tóch al een bijeenkomst gepland staan en dan kunt u gelijk de training geven!” “Sorry, mevrouw,” antwoord ik, “maar ik heb nog twee avonden vrij deze maand en ook volgende maand loopt al snel vol.”

Beide voorbeelden geven op hun eigen manier iets weer van de weinige tijd die we nemen voor bezinning en reflectie. Waarom doen we wat we doen? Wat is ons verlangen? Hoe kunnen wij dat het beste aanpakken?

Hoe fijn was het daarom om op de Dag voor de Kerkopbouw even weg te dromen bij de Kerk van de Toekomst*. Even weer vaste grond onder de voeten krijgen. Waar zouden we met z’n allen naar op weg moeten zijn? Welke onderwerpen zouden daarom aandacht moeten krijgen? Wat betekent dit voor mijn dagelijkse praktijk van vergaderen, toerusten, pastorale gesprekken en… voorganger zijn?

Eens te meer ervoeren we op die dag de kracht van verbeelding. Ronald van der Heide verbeeldde onze gespreksonderwerpen in tekeningen. Een collega die de dag had gemist en de tekeningen voor het eerst onder ogen kreeg was direct enthousiast: “Mijn raderen komen direct in beweging, er komt van alles in mij op aan ideeën!

Het begint bij ‘niet het vele is goed, maar het goede is veel’. Maak tijd voor de kernvragen van het kerk-zijn. Verzet je bakens als geloofsgemeenschap met de vraag: doen we nog wel het goede? Of je nu met je (kleine) commissie vooruit wil denken, of na wilt denken over grotere thema’s als de Kerk van de Toekomst: waarderende gemeenteopbouw laat zien dat deze insteek het enthousiasme aanwakkert en dat de ontwikkeling eigenlijk al begint zodra de juiste vraag is gesteld en het eerste goede gesprek is gestart. Het creëert houvast, geeft rust in roerige tijden, richt de creativiteit op constructieve vernieuwing en gaandeweg worden de eerste vruchten al geplukt.

Op zoek naar een heldere koers of vernieuwing in uw gemeente? Leg uw situatie eens voor aan ons. We denken graag mee en leggen uit hoe een traject van waarderende gemeenteopbouw er bij jullie uit kan komen te zien.

*De Dag voor de Kerkopbouw is een initiatief van het Werkverband Kerkelijk Opbouwwerk waar wij als MET ANDERE OGEN het inhoudelijke programma mochten vormgeven.