Waarderend consult

Door Theo Hettema

 

In het pakket aan dienstverlening dat Met andere ogen aanbiedt, zitten begeleidingstrajecten van gemeenten, kerkenraadsdagen, intervisie voor predikanten, leiderschapstrainingen, maar ook de mogelijkheid van eenmalig gesprek.
Zelf noem ik dat een ‘waarderend consult’: een eenmalige afspraak waarin iemand een concreet aspect van het gemeenteleven of kerkenwerk voorlegt en we dat bespreken met de stappen van waarderend onderzoek.
En zo gebeurde het mij dat ik werd gevraagd voor een gesprek.

‘Ik wil graag een waarderend consult met jou afspreken,’ mailde een predikant naar mij. ‘Dat kan toch?’
Ik had zelf die mogelijkheid tussen neus en lippen door een keer genoemd bij een bijeenkomst met predikanten.
Dat had ze onthouden en na een tijdje kwam ze daar op terug.
Ze stelde zelf al voor om dat online te doen, ook omdat de afstand groot was.
We waren beiden inmiddels zo gepokt en gemazeld door de coronagolven en het bijbehorende online vergaderen, dat we dat geen probleem vonden.
Het was ook niet de eerste keer dat ik zo’n gesprek zou voeren.
Het was dus alleen een kwestie van een datum prikken.

En toch twijfelde ik even bij het lezen van de e-mail.
In de vertrouwdheid van deze blog mag ik dat toch wel opbiechten?
Ik aarzelde namelijk bij het woord ‘consult’, dat ik nota bene zelf had gebruikt.
Want een ‘consult’: dat vraag je toch bij een dokter?
Of je dat consult krijgt, is dan een tweede, want mijn huisarts is meestal op vakantie of nascholing, of verwijst via zijn assistente naar internet voor het oplossen van de meeste kwaaltjes.
Ik vermoed dat het woord ook niet zoveel meer gebruikt wordt voor een afspraak bij de huisarts. Als ik het opzoek op internet, zie ik vooral dat het gebruikt wordt door medisch specialisten.
En ik geloof dat daar vooral mijn aarzeling lag.
Want bij Met andere ogen noemen we ons wel eens ‘Specialisten Waarderende Gemeenteopbouw’.
En dat zijn we ook!
Maar moest ik me nou gaan opstellen als een soort medisch specialist?
Dan stel ik me iemand voor die in een witte jas achter een bureau zit en bij een half woord van de patiënt en met een blik op de onderzoeksgegevens op het beeldscherm naar de muis en het toetsenbord grijpt om een behandelplan op te stellen.

Moest ik mijzelf in die expertrol hijsen bij het uitvoeren van deze afspraak?
Daar had ik geen zin in.
Niet om zelf de expert te zijn.
Maar vooral ook omdat ik heb gemerkt dat adviezen van experts meestal niet landen als het gaat om gemeenteopbouw of je eigen professionele ontwikkeling.
Dan komt het aan op iets anders.
Gelukkig bedacht ik al snel dat ik had aangeboden om een waarderend consult te geven.
Ik zou niet van buitenaf gaan diagnosticeren wat er allemaal mis was, wat de betrokkenen fout hadden gedaan en wat ik zou voorschrijven ter verbetering.
Nee, ik zou in het gesprek met de predikant met een paar eenvoudige stappen samen gaan onderzoeken wat er in de voorgelegde situatie aan bloeifactoren zit, en wat voor krachtige mogelijkheden zij in huis had om verdiepende transformatie te laten opbloeien.

Op die manier hebben we het gedaan.
En het werd een prachtig gesprek, waarin de predikant allerlei mooie en verrassende dingen ging zien, die ze direct, dezelfde avond nog, kon gaan gebruiken.
Zo werd het een verdiepend consult van ruim een uur tijd.
En dat is toch meer dan je bij een medisch specialist gedaan zult krijgen?

Na afloop schreef ik een factuur voor het gesprek.
Dat hadden we zo van tevoren afgesproken.
Het versterkte de wederzijdsheid en voorkwam verplichte dankbaarheid.
En ik kon me toch nog eventjes specialist voelen, al hanteren die andere bedragen, geloof ik.

Vooruit dromen

Door Nico Belo

Ik schrijf deze blog na Pinksteren 2022. In het Pinksterverhaal horen we Petrus de profeet Joël citeren. Wanneer ‘zonen en dochters profeteren, jongeren visioenen zien en oude mensen droomgezichten krijgen’, is dat een teken dat God zijn Geest uitstort op allerlei mensen. Deze duiding van Petrus van de gebeurtenissen in Jeruzalem bleef haken bij mij.

Ons team wordt regelmatig betrokken bij gemeenten die sterk aan het vergrijzen zijn. De meeste zonen en dochters zijn verdwenen, en de jongeren zijn op de vingers van een hand te tellen. Nadenken over de toekomst roept vaak de angstige vraag op: hoelang zal het nog duren voor de laatste hier het licht uitdoet? Dromen - waarvan? Waar merken we nog iets van die Geest van Pinksteren?
Droomgezichten, visioenen – in processen van waarderende gemeenteopbouw vormen ze belangrijk kapitaal. Zweverig? Ongrijpbaar? Dat valt wel mee. Het verlangen van een gemeente vormt ons eerste uitgangspunt – misschien een wat vage droom, van wat een gemeente graag zou willen. Vervolgens gaan we op zoek naar het goud van de gemeente. Wat heeft de gemeente allemaal in huis om die droom waar te maken?

Wanneer we gezamenlijk op zoek gaan naar dat goud, blijkt het ‘zilver van de gemeente’ (de ‘grijze koppies’) moeite te hebben om dat te benoemen. Daarom beginnen we in een proces van Waarderend onderzoek met het elkaar vertellen van ervaringsverhalen, waarin dat goud oplicht: momenten waarop duidelijk ervaren werd ‘dit was een pareltje van gemeente-zijn’. De verhalen komen los. Hierin ontdekken we welke bloeifactoren die mooie en waardevolle ervaringen mogelijk gemaakt hebben. Ik herinner me een gemeente waarin het goud mogelijk gemaakt werd door ‘een open, gastvrije houding van gemeenteleden naar nieuwelingen, een familiegevoel, een cultuur van altijd elkaar bemoedigen en een bereidheid om samen de Bijbel te lezen.’

Wat helpt: ouderen en jongeren - ook al is het aantal beperkt - met elkaar in contact brengen. Jongeren zijn nieuwsgierig naar de verhalen over het goud van de gemeente. Zij zitten niet vast aan de vormen van vroeger. In de ontmoeting blijken jongeren ouderen uit te dagen hoopvol naar de toekomst te kijken, vooruit te dromen. En gebeurt iets ontwapenends: er groeit een ontvankelijkheid voor dat wat de Geest ons laat zien voor nu en in de toekomst.

 

We hebben het Pinksterfeest gevierd. Is het een idee om elkaar in de gemeente eens uit te dagen met de vraag: vertel eens, waarover droom jij? Hoe ziet jouw toekomst eruit? Hoe ziet de toekomst van de gemeente eruit? Natuurlijk nadat we met elkaar eerst het goud van de gemeente hebben opgezocht, en de bloeifactoren hebben benoemd. En werkelijk: jongeren gaan visioenen zien, oude mensen worden uitgedaagd te dromen over de toekomst! En door de profetische (uitdagende, kritische) vragen van onze jongeren, ontdekken we: de toekomst ligt niet in het verleden – wij hebben nog wat te verwachten! We gebruiken onze achteruitkijkspiegel vooral om gefocust vooruit te komen.

’t Zal duidelijk zijn dat ons team bij zo’n proces van Waarderend Onderzoeken goed kan begeleiden. Doe gerust een beroep op ons!

Nico Belo

 

PS:

Tekeningen gemaakt door Ronald van der Heide op een Dag van de Kerkopbouw, georganiseerd door het Werkverband voor Kerkelijk Opbouwwerk, in Harderwijk, 31 maart 2022 - als resultaat van een proces van dromen!

Hoopvolle toekomst?

Door Liesbeth Nooteboom

 

Het gebeurde onlangs op een kerkenraadsdag in een kleine dorpsgemeente. In het minitraject Waarderende Gemeenteopbouw, dat we deze dag doorliepen, waren we aangeland bij de Verbeeldingsfase. In kleine groepen moesten de deelnemers verbeelden hoe de gemeente er over vijf jaar uit zou zien. Ik liep de groepjes langs om te kijken of ze een beetje op gang konden komen. Eén groepje had grote moeite met de opdracht en was in een patstelling beland.

 

Een van de drie groepsleden was hoopvol gestemd. Zij keek naar de gemeente en zag de kleine lichtpuntjes die er nu waren, zoals iemand die in het afgelopen jaar lid geworden was en zich vervolgens spontaan meldde als ouderling. Dit soort positieve gebeurtenissen gaf haar hoop en vertrouwen voor de toekomst.
Een ander groepslid was juist heel somber over de toekomst. Zij zag de gemeente steeds kleiner en ouder worden met alle gevolgen van dien voor het gemeentewerk. In haar beleving zou er over een paar jaar niets meer van hun gemeente over zijn. Deze overtuiging belemmerde haar om een toekomst te verbeelden.
Het derde groepslid zat hier wat tussenin. Enerzijds deelde ze de sombere toekomstvisie, tegelijkertijd zag ze de lichtpuntjes. Ze wilde zich er wel door laten bemoedigen maar vond dat ook moeilijk, want stel dat het maar een eenmalige gebeurtenis was…….

We spraken even door met elkaar over deze verschillende gezichtspunten én over de bloeifactoren die in de ochtend tijdens de Vertelfase naar boven gekomen waren. De twee deelnemers vonden het moeilijk hoop te putten uit die bloeifactoren – toch gebaseerd op positieve ervaringen uit hun eigen gemeenteleven. Ik heb hen aangemoedigd om te onderzoeken wat ze wél konden dromen voor de gemeente, binnen de hun gegeven mogelijkheden. Uiteindelijk kwamen ze met een heel eenvoudige poster waarop hun Verbeelding was getekend. Ze droomden dat er in de toekomst nog kerkdiensten zouden zijn, dat de gemeente met beide benen in de wereld zou staan en dat gemeenteleden sporen zouden achterlaten. Langs de route waren kleine bloemen getekend als symbool voor de hoopvolle dingen die er onderweg gebeurden.

 

In onze trajecten komen we die verschillende perspectieven vaker tegen. Sommige gemeenteleden zijn somber over de toekomst. Ze kijken naar het verleden en zien de volle kerk, de grote jeugdgroepen, de rommelmarkten en koren en allerlei andere grote activiteiten, het hele bruisende gemeenteleven. Maar wanneer ze nu op zondagmorgen om zich heen kijken, zien ze lege banken, grijze koppies, vijf kinderen die vooraan staan voor het kindermoment, en ze vragen zich af: hoe moet dit verder? Is er nog een toekomst voor deze gemeente of ben ik degene die binnenkort het licht uit moet doen?
Er zijn ook gemeenteleden die zich richten op de mooie dingen die er nu zijn. De (kleine) positieve dingen die er gebeuren. Mensen die hoop hebben voor de gemeente en vastbesloten zijn om te zoeken naar manieren en nieuwe wegen om de toekomst in te gaan.

In een Waarderend proces is het belangrijk om erkenning en ruimte te geven aan verdriet en pijn over dat wat er niet meer is en waarschijnlijk ook niet meer terugkomt. Maar achter de pijn en het verdriet gaat een verlangen schuil. De kunst is om contact te maken met dat verlangen en van daaruit – met inzet van de bloeifactoren - te werken aan de toekomst. Positieve ervaringen uit het verleden (de bloeifactoren) worden ingezet om dat verlangen te verwezenlijken. Toekomstdromen zijn geen onhaalbare luchtkastelen, omdat ze gebaseerd zijn op de mogelijkheden die ter plaatse voorhanden zijn. Het is te doen: die kleine gemeenschap die de lofzang gaande houdt, en bloeiende sporen achterlaat op haar pad. Dat geeft hoop voor de toekomst!

In het boek ‘De Schuilplaats’, over het leven van Corrie ten Boom, kwam ik deze doordenker van haar tegen: ‘Elke ervaring die God ons geeft, ieder mens die Hij in ons leven brengt, is de juiste voorbereiding voor de toekomst’. Dat kan ik alleen maar beamen. Vanuit die ervaring trek ik op met gemeenten, een hoopvolle toekomst tegemoet!

Liesbeth Nooteboom

 

Een minitraject Waarderende Gemeenteopbouw wordt vaak ingezet op een kerkenraadsdag of -avond en kan er als volgt uitzien. In overleg met de gemeentebegeleider kiest de voorbereidingsgroep een thema. Aan de hand van dit thema gaan de deelnemers aan de slag met het vertellen en analyseren van goede voorbeelden bij dit thema, de Vertelfase. Daarna gaat de groep creatief aan de slag met verbeelden hoe de toekomst eruitziet als je de opbrengst uit de Vertelfase maximaal kan inzetten, de Verbeeldingsfase. De verbeeldingen worden aan elkaar gepresenteerd en samen bedenken we wat eerste stappen kunnen zijn richting het realiseren van de toekomst, een stukje Vernieuwingsfase. Meer informatie over een kerkenraadsdag vindt u op onze website.

Gaan voor het goede!

Door Bernhard Vosselman

 

“Tja, ons verlangen voor het pastoraat? Goeie vraag….”. Zich even terugtrekkend in gedachten broedt de predikant op een antwoord. “Weet je,” vervolgt hij, “die vraag hebben we eigenlijk nooit aan elkaar gesteld als predikanten...” Even is het stil in de ‘regiegroep’. Inmiddels ligt er een gezamenlijk geformuleerd verlangen samengesteld met een groep van 60 mensen.

“Kunt u misschien niet volgende woensdag in plaats van donderdag? Dan hebben wij tóch al een bijeenkomst gepland staan en dan kunt u gelijk de training geven!” “Sorry, mevrouw,” antwoord ik, “maar ik heb nog twee avonden vrij deze maand en ook volgende maand loopt al snel vol.”

Beide voorbeelden geven op hun eigen manier iets weer van de weinige tijd die we nemen voor bezinning en reflectie. Waarom doen we wat we doen? Wat is ons verlangen? Hoe kunnen wij dat het beste aanpakken?

Hoe fijn was het daarom om op de Dag voor de Kerkopbouw even weg te dromen bij de Kerk van de Toekomst*. Even weer vaste grond onder de voeten krijgen. Waar zouden we met z’n allen naar op weg moeten zijn? Welke onderwerpen zouden daarom aandacht moeten krijgen? Wat betekent dit voor mijn dagelijkse praktijk van vergaderen, toerusten, pastorale gesprekken en… voorganger zijn?

Eens te meer ervoeren we op die dag de kracht van verbeelding. Ronald van der Heide verbeeldde onze gespreksonderwerpen in tekeningen. Een collega die de dag had gemist en de tekeningen voor het eerst onder ogen kreeg was direct enthousiast: “Mijn raderen komen direct in beweging, er komt van alles in mij op aan ideeën!

Het begint bij ‘niet het vele is goed, maar het goede is veel’. Maak tijd voor de kernvragen van het kerk-zijn. Verzet je bakens als geloofsgemeenschap met de vraag: doen we nog wel het goede? Of je nu met je (kleine) commissie vooruit wil denken, of na wilt denken over grotere thema’s als de Kerk van de Toekomst: waarderende gemeenteopbouw laat zien dat deze insteek het enthousiasme aanwakkert en dat de ontwikkeling eigenlijk al begint zodra de juiste vraag is gesteld en het eerste goede gesprek is gestart. Het creëert houvast, geeft rust in roerige tijden, richt de creativiteit op constructieve vernieuwing en gaandeweg worden de eerste vruchten al geplukt.

Op zoek naar een heldere koers of vernieuwing in uw gemeente? Leg uw situatie eens voor aan ons. We denken graag mee en leggen uit hoe een traject van waarderende gemeenteopbouw er bij jullie uit kan komen te zien.

*De Dag voor de Kerkopbouw is een initiatief van het Werkverband Kerkelijk Opbouwwerk waar wij als MET ANDERE OGEN het inhoudelijke programma mochten vormgeven.

‘Kerkdienst – plus’: de toekomstdroom van een bijzondere geloofsgemeenschap

Door Els Deenen

 

“Als je op zondagmorgen vanuit de ondergrondse aankomt,
zie je van verschillende kanten mensen aan komen lopen die ook richting de kerk gaan,
jong en oud...”

Zo begint de toekomstdroom van de Nederlandse Kerk in Londen.
Een bijzondere gemeente
van mensen die wonen en werken in en om deze wereldstad.
Elke zondagmorgen komen ze samen in hun prachtige kerkgebouw
midden in de Londense city
die op dat moment opvallend rustig is...

Om naar de kerk te komen
hebben de meesten al een flinke reis afgelegd
Ook al begint de dienst pas om 11 uur,
‘zondag naar de kerk’ betekent voor hen vroeg op!
Andere gemeenteleden volgen de viering daarom liever online
en weten zich op die manier verbonden.

De Nederlandse Kerk is meer dan een kerkelijke gemeente.
Het is ook een plek van ontmoeting voor Nederlanders in het buitenland,
hun partners en anderen die zich thuis voelen in deze open, gastvrije gemeenschap.
Zelf noemen ze hun kerk een ‘home from home’.

‘Samen vieren’ en ‘elkaar ontmoeten’ zijn in deze gemeente
beide van groot belang
het is letterlijk een geloofs-gemeenschap.
Daarom hebben ze in hun toekomstdroom
het idee van een ‘kerkdienst-plus’ uitgewerkt.
Een kerkdienst met daaraan verbonden een activiteit
die het extra de moeite waard maakt om de reis voor te ondernemen:
een feestelijke lunch, een concert,
een bezoek aan een museum of een wandeling,
iets bijzonders voor kinderen en jonge gezinnen.
Dat doen ze niet elke zondag,
maar wel met enige regelmaat.
Lees het maar na op hun website:
https://www.dutchchurch.org.uk/waarderende-gemeenteopbouw-verbeelden/

Deze droom heeft de gemeente ontwikkeld
tijdens een traject van waarderende gemeenteopbouw
begeleid door MET ANDERE OGEN.
Een bijzondere begeleiding, want, in coronatijd:
helemaal online!
Elke stap van het waarderend onderzoeken
- verkennen, vertellen, verbeelden en vormgeven –
oefenden ze als werkgroep overzee
met mij als gemeentebegeleider achter de Zoom,
om die vervolgens uit te voeren in de gemeente.
In een digitale ‘tea-break’,
in kleinschalige ontmoetingen aan de ‘tables of six’,
in workshops bij het koffiedrinken na de dienst,
werden de plannen geboren en kregen ze vorm.
En daar kijken we met trots en voldoening op terug!

Toekomstdromen ontwikkelen met en voor geloofsgemeenschappen:
dat is ons dagelijkse werk.
Daarom werken we ook mee aan de ‘Dag van de Kerkopbouw’
op donderdag 31 maart in Harderwijk.
Een dag voor voorgangers, pastores en kerkelijk werkers
georganiseerd door het Werkverband Kerkelijk Opbouwwerk
over de agenda voor de kerk van de toekomst.

Weet je van harte welkom!
Voor het dagprogramma natuurlijk
maar ook voor onze ‘plus’:
het aanbod om met de opbrengst van de dag
aan de slag te gaan met een traject van waarderende gemeenteopbouw
in je eigen geloofsgemeenschap
gecoacht door MET ANDERE OGEN.
Dat levert jou 1 PE-punt op.
En je gemeenschap een mooie toekomstdroom!

Meer weten?
Kijk dan op:
www.wvko.nl/dagvandekerkopbouw

 

 

Van zwerfstenen naar bouwstenen

Door Else Roza

 

Aan de coronacrisis lijkt een einde te komen.
Wat was de impact op je gemeente?
Wat zie je voor je als je aan de gemeente denkt?

Zie je vooral de harde kern, die overeind is gebleven en nog harder is gaan werken? Of heb je de vele dankbare mensen op je netvlies, die superblij zijn met de ontvangen steun en het meeleven vanuit de gemeente toen corona toesloeg in hun leven? Of denk je aan de creatievelingen, die juist in coronatijd nieuwe initiatieven hebben ontwikkeld en hun ding deden? Of vraag je vooral af hoe het toch is met de mensen, die je al lange tijd niet meer gezien hebt?

Bij een kerkelijke gemeente denk ik aan het beeld van levende stenen,
die samen het huis van de Heer vormen.

Op dit moment lijken veel stenen te zwerven....
Vind je ze terug?
Passen ze nog?
Worden ze weer levend?
Wat is ervoor nodig om er weer een geheel van te maken?
En vooral....waar begin je?

Waarderende gemeenteopbouw helpt door:

• mensen te vragen naar hun verlangen en waartoe zij zich als kerk geroepen weten (wat vinden we belangrijk?);
• waarderend te onderzoeken wat de gemeente in huis heeft om samen het huis van de Heer te bouwen (de stenen verzamelen en sorteren);
• samen de richting te bepalen waar je naar toe wilt als gemeente als geheel, of voor een onderdeel (een ontwerp maken);
• de werk- en gespreksvormen, die verbinding geven (het cement);
• mensen uit te nodigen hun verlangen te volgen (de stenen leven inblazen);
• samen te groeien in vertrouwen (het fundament versterken).

Ingewikkeld?
Nee.
In de kern draait het om luisteren naar elkaar en een ander (Ander) behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Dan voelen mensen (en de Heer zelf) zich gekend en geliefd en ontstaat er verbinding en een bedding voor Gods Geest om te werken. De Geest die ons wakker roept en in beweging zet.

 

Drie voorbeelden

Wat luisteren gemeenten zoal tevoorschijn in de ontwerpen? Ik citeer wat gemeenten, waarbij ik betrokken was bij een waarderend gemeenteproces.

Voorbeeld 1.

'De Ontmoetingskerk is het kloppend hart in de wijk. Mensen komen en gaan voor laagdrempelige ontmoetingen, spiritualiteit of een mix hiervan. De activiteiten vormen met elkaar een soort mozaïek, waartussen mensen in alle vrijheid kunnen bewegen. Toch draagt elke ontmoeting het DNA van de Ontmoetingskerk: gastvrij, open, veilig, met aandacht voor een ieder.'

Voorbeeld 2.

'Ik zie jou en de gemeente groeien in eenheid en verbondenheid. Eensgezind onderweg gaan wij de uitdagingen van het kerkzijn en het leven in deze tijd aan. We kijken uit naar wat de Heer ons geeft in elkaar. We ervaren vrijheid, vergeving en genade in het dagelijks leven en vieren die in dankbaarheid.'

Voorbeeld 3.

'Beth-El betekent letterlijk huis van God. Als Bethelkerk stimuleren we 'huizen van God' door ontmoetingen te faciliteren met God en/of mensen, zowel binnen als buiten de kerk.

Waarom? De gemeente is meer dan een kerkgebouw. Wanneer iemand zich gezien weet en zich geliefd voelt, licht het koninkrijk van God even op. Waar oprechte liefde is, is God en waar God verschijnt, begint de lente.

De 'huizen van God', de ontmoetingsplaatsen verbinden en voeden we, zodat er hechte gemeenschappen ontstaan. We bouwen aan een krachtig netwerk van gemeenschappen binnen en buiten de kerk en werken zo mee aan het zichtbaar maken van het koninkrijk van God, in en rondom het centrum van ons dorp.'

Alle drie deze kerken hebben het verlangen om meer oog te hebben voor God en voor mensen.

De onderlinge verschillen in hun ontwerpen laten zien dat levende stenen zich op verschillende manieren kunnen verbinden om op eigen wijze voluit kerk te zijn.

 

De eerste mooie berichten zijn er, ondanks corona.

Weten waar je samen naar toe werkt, geeft richting aan de gemeente en stimuleert om aan de slag te gaan.

Zo groeit in de eerste kerk het enthousiasme over de lunchconcerten en de ontmoetingen die daarop volgen. Ook bouwen daar mensen aan een mobiel kapelletje, waarmee ze naar de mensen toe willen gaan. In de tweede kerk starten mensen een repaircafé op: anderen praktisch van dienst zijn en hen ontmoeten bij een kopje koffie, als ze hun kapotte spullen brengen en gerepareerde spullen ophalen. In de laatste kerk staan jonge gezinnen in de startblokken om de kerkdiensten eigentijds vorm te geven en zijn wederom alle vacatures voor de ambtsdragers vervuld.

Benieuwd naar wat er in jouw gemeente tevoorschijn komt aan verlangen, ideeën en enthousiasme als je gaat luisteren naar wat er leeft in de harten van mensen?

Neem gerust eens vrijblijvend contact met ons op: info@met-andere-ogen.nl  en vraag een gratis adviesgesprek aan.

Thanks for your service

Blog Theo Hettema MET ANDERE OGEN waarderende gemeenteopbouw waarderende intervisie

Door Theo Hettema

In de Verenigde Staten kan het je gebeuren dat in de rij bij het boarden voor een vliegtuigreis ineens iemand voorrang krijgt die te herkennen is als oorlogsveteraan.
‘Thanks for your service,’ wordt er door de grondstewardess bij gezegd, met de glimlach waar Amerikanen patent op hebben, terwijl ze het lint even weghaalt waar anderen nog voor moeten wachten: dank je wel voor de dienst die je hebt verricht voor ons land.
Dat geeft recht op respect en een eerbiedige behandeling.

Het is in Nederland niet voor te stellen, zo’n eerbetoon.
In een land waar al bijna niemand in de bus opstaat om plaats te maken voor een zwangere of iemand die slecht ter been is, kun je je niets voorstellen bij zo’n uiting van respect.
En hoe zou het zijn als je als predikant of kerkelijk werker op zo’n eerbetoon zou kunnen rekenen?
Zoiets is al helemaal ongedacht in Nederland, waar eerder wordt afgegeven op de kerk en haar professionals dan dat je te horen krijgt: dank je wel voor wat je betekent, voor ons, voor ons dorp, voor het land.
En toch heb je als predikant behoefte aan zulke reacties.
Ik weet het uit ervaring en hoor het van allerlei collega’s.

Heel wat oorlogsveteranen in Amerika worden trouwens kriegel van dat ‘Thanks for your service’.
Het blijft vaak bij loze woorden en een klein gebaar, terwijl zij échte erkenning zoeken, voor hun ervaringen en hun verhaal.
Zo kan ik me ook voorstellen dat je als predikant ontevreden bent over de ongerichte feedback die je bij gelegenheid krijgt: dank u wel voor de dienst, dominee; fijn dat u gekomen bent.
Dat is goed om te horen en het is goed bedoeld, maar het brengt je niet verder.
Het geeft geen verdieping, geen prikkel om je kunnen te ontwikkelen.

Misschien kun je dat ook niet verwachten van gemeenteleden en pastoranten.
Maar je hebt wel gerichte feedback nodig, van mensen die jouw werk en werksituatie herkennen en jouw inzet erkennen.
Dan zit er maar één ding op: die verdieping zelf organiseren.

En dat brengt me bij de waarde van intervisie.
Ik heb het van allerlei collega’s gehoord, die met een groepje intervisie hadden georganiseerd.
Vier tot zes keer per jaar bij elkaar komen, situaties uit het werk bespreken en daarmee een ander licht krijgen op dilemma’s waarin je vast loopt.
Met een groepje van vier tot zeven deelnemers, niet te veel en niet te weinig.
Met een zekere regelmaat.
Het helpt daarbij, leert de ervaring, als die intervisie niet met je naaste collega’s gebeurt: dan kun je ook eens iets inbrengen over het lastige van samenwerken of hoef je je niet gelijk te schamen voor je blunders.

Bij MET ANDERE OGEN zijn wij helemaal into waarderende gemeenteopbouw.
Els Deenen en ik hebben een vorm van halfbegeleide intervisie uitgewerkt vanuit de uitgangspunten van waarderend onderzoeken.
Els vanuit haar ervaring met waarderende gemeenteopbouw, ik met mijn ervaring in het begeleiden van supervisie en intervisietrajecten.
Waarderende voorgangersopbouw, zou je het kunnen noemen: kijken naar wat sterk is en hoe je dat kunt uitbouwen bij iets uit je werk waar je geen zicht op hebt.
Dan hebben we een traject van zo’n twee jaar voor ogen met een groepje predikanten/kerkelijk werkers.
De eerste keren is er een begeleider bij, daarna gaat het groepje zelf aan de slag en de laatste keer wordt ook weer met een begeleider afgerond.
Vervolgens kan het groepje besluiten om verder te gaan, in een andere samenstelling door te gaan of te stoppen.

Op de website van MET ANDERE OGEN kun je een paar filmpjes zien, waarin predikanten vertellen hoe goed waarderende intervisie hun bevallen is.
Nu zijn Els en ik bijdetijdse mensen en we weten dat zulke intervisie ook heel goed online kan, of gemengd: deels met live bijeenkomsten en deels online.
Dat maakt het ook mogelijk om een intervisiegroepje te hebben, zonder er veel voor te hoeven reizen.
Met elkaar deel je de begeleidingskosten en dan kost het je bijna niets, terwijl het wel meetelt voor je nascholing (afhankelijk van het kerkgenootschap waar je bij zit).

Nieuwsgierig geworden?
We hebben nog wat bedacht: een webinar om te snuffelen aan waarderende intervisie voor voorgangers.
Want je zult vast iets van de aanpak willen proeven en allerlei vragen hebben.
Zo’n webinar is misschien meteen een goede gelegenheid om professioneel te daten als het je niet lukt om zelf een groepje bij elkaar te krijgen.
Wie weet vind je zo wel een paar geschikte collega’s!
De webinars vinden plaats op vrijdagmorgen 28 januari 2022, van half elf tot twaalf en op donderdag 3 februari 2022, ook van half elf tot twaalf.

De webinars zijn gratis, overigens.
Als dank voor wat je allemaal doet als voorganger, zullen we maar zeggen.

Zie https://www.met-andere-ogen.nl/aanbod-voor-predikanten-en-kerkelijk-werkers/ voor de filmpjes van drie predikanten over waarderende intervisie en voor opgave voor de webinars.

Luisteren naar de klei!

Je zult maar meedoen met de training Waarderend Leiding geven en dan ineens de opdracht krijgen om jezelf uit te beelden in klei. Jij als leider: waarbij jouw bloeifactoren volop de kans krijgen om te gaan groeien en bloeien.
Je kunt je voorstellen dat de deelnemers je aankijken met een gezicht van ‘Nee toch, moeten we echt gaan kleien?’ Sommigen zeiden het ook: “Ze zullen we me thuis gek aankijken als ik antwoord op de vraag ‘wat heb je gedaan vandaag?’ – ik heb zitten kleien!”

En de cursusleider maar zeggen: ‘Luister naar de klei, maak je klei zacht door te kneden. Laat al knedend en vormend je gedachten boven komen en geef leiding aan de klei

Leidinggeven aan klei? Waar zijn we mee bezig?

Op de tweede dag van de training Waarderend Leiderschap zijn we intensief in werkgroepjes in gesprek geweest. We hebben goed geluisterd naar verhalen over een casus waarin de deelnemer als leider echt het verschil maakte. Bloeifactoren werden ontdekt en benoemd!

Na de verkennings-, vertel- en ontdekkingsfase breekt de fase van het Verbeelden aan. Dan moet je bij theologen (kerkelijk werkers en predikanten) oppassen dat ze niet in hun hoofd blijven hangen. Hoe dagen we hen uit tot creatief verbeelden?

Luister naar de klei! Waarderend leiding geven MET ANDERE OGEN

En ja, de mooie kerkplek in Amersfoort, waarin we een zaal mogen gebruiken, moeten we natuurlijk niet zo ‘verbouwen’ of vervuilen dat we problemen krijgen met de aardige en goed zorgende koster.

Vandaar dat we klei hebben gekocht. Met wat vuilniszakken als ondergrond gaat de groep aan het werk. Jasjes uit, sjaals af…

Ja, wat er dan in een half uurtje gebeurt! Zelfs deelnemers die niet zoveel met kleien hebben, erkennen: ‘Het helpt echt om je gedachten te laten rijpen, om te komen tot een diepere laag in jezelf. Ik had dit niet willen missen!’

Aan het eind van de trainingsdag ervaren de deelnemers bemoediging: de bloeifactoren in hun leiding geven zijn gezien door anderen, benoemd en gewaardeerd. Ze voelen zich uitgedaagd om met deze factor(en) nog meer het verschil te maken in hun leiding geven aan de gemeente. Vol goede moed gaan ze huiswaarts.

En wij (Theo Hettema en Nico Belo), als ‘leiders’ van deze training Waarderend Leiding geven? We hebben genoten van het proces dat zich voor onze ogen afspeelde.

Heb je het aanbod van deze training gemist, had je nu geen gelegenheid om mee te doen of vond je de reis naar Amersfoort te ver? Zoek een paar collega’s (kerkelijk werkers, predikanten, pastores, e.a.) bij elkaar en we komen graag naar je regio. Wat we jullie aanbieden? Een driedaagse training, waarin we samen werken aan Waarderend Leiding geven, jullie praktijk in relatie brengen met theorie, en ontdekken waarin je als leidinggevende echt het verschil kunt maken. Zie voor meer informatie: Aanbod voor predikanten en kerkelijk werkers - MET ANDERE OGEN (met-andere-ogen.nl)

Meedoen verrijkt! Waarderend Leiding geven bemoedigt om door te gaan in taaie situaties.

Voor meer informatie en/ of vragen: reageer even via deze website!

Nico Belo

SpraakONTwarring

Aan het begin van deze blog wil ik je vragen om even de tijd te nemen een tafel te tekenen en dit te doen voordat je verder gaat lezen.

Klaar? Hoe ziet jouw getekende tafel eruit? Die van mij is heel eenvoudig, kijk maar naar de foto hiernaast. Het is een schematisch zijaanzicht van een eettafel. Nu zou ik ook heel graag jullie tekeningen willen zien, want ik denk dat er de nodige verschillen te zien zouden zijn. In de gekozen vorm, rond, rechthoekig of vierkant, in hoogte, 2D of 3D, boven-, zij- of onderaanzicht. Met stoel of zonder stoel.

Ik kan heel blij worden van zulke verschillende tekeningen. Het laat namelijk zien dat we allemaal op een verschillende manier kijken naar de wereld om ons heen. Door met elkaar te delen hoe je kijkt naar de wereld en wat er gebeurt, ontstaat er weer een nieuwe wereld. Als je van elkaar weet hoe eenieder een tafel ziet, kun je samen ook een nieuwe tafel ontwerpen. De kunst is om open te staan voor ieders inbreng, die te waarderen en te benutten.
Daarmee hebben we het meteen over een van de belangrijkste kernwaarden in waarderende gemeenteopbouw: de onderlinge uitwisseling, de dialoog. Jan Hendriks zegt hierover in Goede Wijn, zijn boekje over gemeenteopbouw: ‘Het gesprek van allen met allen is het belangrijkste middel tot verandering en vernieuwing’ . In de dialoog bouw je samen aan de toekomst van de gemeente. Al luisterend en pratend stem je op elkaar af. Deel je elkaars ‘tafel’ tekening. Pas als je van elkaar weet hoe ieders eigen tafel eruitziet, kun je samen de tafel(s) van de toekomst gaan bedenken en maken.

Die dialoog kent wel uitdagingen waar we ons bewust van moeten zijn. De eerste zijn we al tegengekomen, namelijk dat woorden voor mij een andere lading kunnen hebben dan voor een ander. Waar de een het fijn vindt om in de kerk aangesproken te worden met ‘broeder’ of ‘zuster’, kan dat bij een ander juist een gevoel vervreemding oproepen. Waar de een grote waarde hecht aan het beeld van God als Vader, roept datzelfde beeld bij een ander weerstand op. Het loont dus de moeite om elkaar om verduidelijking te vragen als je weerstand voelt bij wat de ander zegt. De ander te vragen naar wat die woorden voor hem of haar betekenen. Gebeurt dat niet, dan kunnen er misverstanden ontstaan die zomaar bron van conflict kunnen worden.

Een andere uitdaging in die dialoog ligt een beetje in het verlengde van de vorige, maar brengt zijn eigen dynamiek mee. Namelijk dat twee mensen hetzelfde beeld kunnen hebben, maar er een verschillend woord voor gebruiken. Hier kwam ik achter toen ik, als Veluws meisje, vele jaren geleden stageliep bij een akkerbouwer in Groningen en hem vroeg om een ‘gavel’. De boer keek mij daarop zeer verbaasd aan en vroeg: “Een wat?” “Een gavel”, antwoordde ik, terwijl ik het heel raar vond dat hij niet wist wat ik bedoelde. Hij had notabene zelf een gavel in de hand! Zo stonden we elkaar even volkomen verbaasd aan te kijken. Hij snapte echt niet wat ik bedoelde en ik snapte echt niet waarom hij niet snapte wat een gavel was. Want gavel was toch immers een gewoon Nederlands woord….. Terwijl ik dat dacht, realiseerde ik me dat dat niet zo is. Gavel is het dialectwoord voor hooivork! “Eh, ik bedoel een hooivork”, zei ik een beetje bedremmeld. “Ooh, een hooivork, ja die heb ik wel!” Na mijn uitleg hebben we samen hartelijk gelachen om deze spraakverwarring.

 

Ik denk dat we in onze kerkelijke gemeenten veel ‘gavel-woorden’ hebben. Verschillende begrippen en manieren voor hoe we spreken over God en geloof. Maar als je die verschillende woorden gaat onderzoeken op hun betekenis, kom je nogal eens tot de verrassende ontdekking dat de ander precies hetzelfde bedoelt als jij. Hij gebruikt alleen een ander woord. Daar kom je achter door de ander in alle vrijmoedig te bevragen en openhartig te luisteren naar het antwoord.

Voor die gesprekken is net zoveel vrijmoedigheid voor nodig als voor het tekenen van een tafel. De kunst is om je niet te laten inperken door je gebrek aan vaardigheid en de lat niet te hoog te leggen. Als je niet de tafel kunt tekenen die je zou willen teken, teken dan de tafel die je wèl kunt tekenen.

 

Ik zou graag een tafel kunnen tekenen zoals in het linker plaatje. Maar de techniek die daar voor nodig is beheers ik niet. Dus heb ik getekend wat ik wel kan tekenen: de rechter tekening. Het mooie is: op het moment dat je vaker gaat proberen, ontwikkel je je vaardigheid en je eigen stijl. 

Dat geldt niet alleen voor tekenen maar ook voor het voeren van gesprekken, voor luisteren en doorvragen.

 

Wanneer we in onze gesprekken over geloof en kerk luisteren met een open hart,

wanneer we durven doorvragen op elkaars geloofstaal en tradities,

wanneer we in de verhalen zoeken naar dat, wat leven geeft,

dan weet ik zeker dat er hele mooie en verrassende toekomstbestendige ‘tafels’ ontworpen worden!

 

Liesbeth Nooteboom

 

[1] Jan Hendriks, Goede Wijn, Waarderende Gemeenteopbouw, Uitgevrij Kok , 2013 blz. 32

Prioriteit

Prioriteit

‘Wij hebben een urgentielijst gemaakt’
zegt de predikant tegen mij als we de draad van een gemeentebegeleiding
die anderhalf jaar op een laag pitje heeft gestaan
weer proberen op te pakken.
‘En - hoe zal ik het nu tegen je zeggen –
éérst moeten de mensen terug in de kerk.
Geen idee hoe dat moet,
maar dat heeft prioriteit.
We moeten orde op zaken stellen
de gebouwenkwestie regelen,
dán pas kunnen we weer in gesprek over samen kerk zijn
wat dat betekent
wat daarvoor nodig is
en hoe we dat zullen inrichten.
Begrijp je?’

Nou…nee
eigenlijk niet.
Ja, ik begrijp dat hij vindt
dat het opgeschorte gesprek over samen kerk zijn
voorlopig nog niet aan de orde is.

Volgens mij is het een misvatting
dat de gemeente weer terug moet naar af:
de mensen op zondagmorgen weer in de bank
achterstallig onderhoud plegen
orde op zaken stellen
voordat je weer gaat nadenken over hoe je eigenlijk kerk wilt zijn.

Anderhalf jaar lang zijn we ‘anders dan anders’ kerk geweest.
We voelden ons geroepen om de kern van onze gemeenten
- van het waarom en waartoe wij er zijn -
in leven te houden.
We zijn opnieuw bepaald bij wat wezenlijk is voor onze geloofsgemeenschap
en wat we eigenlijk best kunnen missen.
We hebben ontdekt hoe inventief en creatief we kunnen zijn
in het vormgeven van livestream-vieringen.
We hadden daarbij vaak meer bezoekers
dan tijdens een traditionele kerkdienst.
Ook van buiten de gemeente.
Kennelijk zijn er meer mensen betrokken dan we wisten.
We hebben de jongere generaties hard nodig gehad
om ons voor te gaan in het gebruik van digitale communicatie -
en ze waren er!
We hebben andere manieren gevonden om betrokken te zijn
bij elkaar, bij de kerk, en bij de buurt.
We ontdekten nieuwe bondgenoten.
We hadden geen vast programma
geen overvloed aan commissies en vergaderingen
wel allerlei spontane initiatieven en ideeën
die we de ruimte gaven.
We gaven elkaar en de dominee krediet.
Er was niemand die zei:
hoort het wel zo?
Is dit eigenlijk wel kerk?

Als het gesprek over hoe we kerk willen zijn anderhalf jaar geleden al nodig was
dan lijkt dit me het uitgelezen moment om daaraan te beginnen.

Vooruitkijken
met ons verlangen voor de gemeente als uitgangspunt
wetend waartoe wij geroepen zijn
en wat voor ons van waarde is
met een schat aan nieuwe ervaringen
waar zou dat toe kunnen leiden?

Kijk:
dat zijn nu de gesprekken die wij
van MET ANDERE OGEN
graag begeleiden.
Op een heidag met de kerkenraad bijvoorbeeld.
En daarna met de breedte van de gemeente.
Zo’n gesprek hoeft trouwens niet oeverloos te duren.
Want kerk-zijn, dat moet je gewoon dóen.
Dáár komen de mensen voor!

Kijk maar eens naar aanbod:  diensten aan kerken en ons aanbod voor predikanten en kerkelijk werkers
En neem contact met ons op voor een informatief gesprekje!

Els Deenen

prioriteiten stellen met waarderende gemeenteopbouw